| HET
SECRETIEPROCES |
|
|
Het
mRNA, aangemaakt in de kern, wordt "afgelezen" door polysomen
op het rER en/of verspreid in het cytoplasma, waar de aminozuren aan mekaar
worden gekoppeld tot eiwitten. Deze gaan in kleine vesikels naar de cis-zijde
van het Golgi apparaat waar het product verder wordt afgewerkt tot diverse
glycoproteines door aankoppelen van suikercomponenten aan het eiwit. Het
afgewerkt product verlaat de Golgi aan de transzijde. Dit secreet verlaat
de cel wanneer nodig en door een externe stimulus (gereguleerde secretie).
Het product wordt daarvoor sterk gecondenseerd in de Golgi. Andere producten
worden niet gecondenseerd en verlaten de cel voortdurend (constitutieve
secretie). Het zijn signaalstoffen waarmee cellen communiceren. In beide
gevallen gaat het membraan rond het secreet samenvloeien met de celmembraan.
Delen membraan worden afgesnoerd in het cytoplasma en "gerecycleerd"
in het membraansysteem van de cel. De cel produceert uiteraard ook enzymes
voor "eigen gebruik" o.a. voor de aanmaak van lysosomen.
Het
verschil tussen eiwitproducerende en slijmpoducerende klieren zit in de
relatieve hoeveelheid eiwit en suikers in het eindporduct. |
 |
Rechts:
ruw endoplasmatisch reticulum van een kliercel;
inset: polysomen in het cytoplasma.
Links:
het Golgiapparaat.
|
 |
EIWITPRODUCERENDE
KLIEREN (SEREUZE KLIEREN) |
|
 |
 |
Links:
een schema van een eiwitproducerende klier. Merk op dat een aantal kenmerken
van epitheelcellen ook hier te vinden zijn.
Boven:
coupe door de alvleesklier die enzymes produceert voor de spijsvertering.
De kernen zijn rond (aktief!), het rER kleurt sterk (basofiel), en de
secretiekorrels zijn duidelijk te zien. De kliercellen zijn in acini geschikt
en het lumen is zeer nauw. |
SLIJMPRODUCERENDE
KLIEREN (MUCEUSE KLIEREN) |
|
 |
Links:
schema van een slijm-producerende klier (slijmbekerklier). Het rER is
minder uitgebreid, maar het Golgi apparaat is des te belangrijker.
Rechts boven: de
klieren van Brünner. De kernen zijn aan de onderzijde van de cel
gedrukt, het secreet er boven is weinig gekleurd en zonder structuur.
De kliercellen zijn in tubuli geschikt met een breed lumen.
Rechts onder: een
slijmbekercel in de het darmepitheel. Merk ook de borstelzoom op.
|
 |
 |
ONSTAAN EN INDELING VAN KLIEREN |
|
 |
 |
| |
 |
 |
Links
boven: wijze van ontstaan van klieren tijdens de ontwikkeling.
Boven:
epitheel van de maagwand, een klierblad, een dekepitheel dat uitsluitend
bestaat uit slijmproducerende kliercellen. Merk de abrupte overgang naar
het meerlagig epitheel van de slokdarm.
Links: indeling van
de klieren. |
HOLOKRIENE SECRETIE |
APOKRIENE SECRETIE |
 |
|
|
Boven:
de talgklier die uitmondt in de schacht van een haar. De cellen vullen
zich met talg, sterven dan af en worden in hun geheel afgegeven. Nieuwe
cellen worden voordurend aangemaakt door mitose aan de basis van de klier.
Vergelijk met de huid! |
De
aktieve melkkliercel produceert eiwitten, maar ook veel vet. De vetvacuolen
worden met een dun laagje cytoplasma afgesnoerd. In het LM (onder) lijkt
of de top van de cel wordt afgesnoerd. |